Bidden en vasten.

Categories: Bijbel studies

Bidden is in de meest eenvoudige vorm: praten met God.

Dit is niet alleen maar vanuit jezelf woorden naar God toe communiceren, maar het is vooral luisteren naar God. Wij geloven dat God alle wijsheid in Zich heeft en wil je die wijsheid ontvangen, dan is er maar één weg en dat is heel erg goed leren luisteren naar God. Dit gebeurt door gewoon de Bijbel te lezen en God kan daardoorheen zomaar spreken (een tekst die je leest is precies het antwoord waar je naar op zoek was) of God spreekt door een openbaring, een visioen of een profetisch woord in jouw vraag of situatie.

Maar er is meer, en dat is door tijd apart te zetten, door te gaan bidden en vasten. Vasten door je helemaal te onthouden van eten en drinken, een absoluut vasten, Esther 4:16, Handelingen 9:9. Of een normaal vasten door je te onthouden van eten, Mattheus 4:2. Of een gedeeltelijk vasten, een Daniel vasten Daniel 10;3. Of een dagdeel vasten, je slaat een maaltijd over. Of een vasten, waarbij je stopt met iets waarbij God  je bepaald heeft of waarvan je denkt dat je eraan vast zit (TV kijken, gamen, eten van lekkers, etc.).

Een tekstgedeelte dat mij altijd erg aangesproken heeft staat in Daniel 10:1-20, waarin Daniel door bidden en vasten inzicht kreeg, maar ook dat dan een oprecht gebed gehoord wordt door God en dat er tegenstand is in de hemelse gewesten voordat God kan vervullen wat Hij wil.

Daniel 10:1  In het derde jaar van Kores, koning van Perzië, werd er een woord geopenbaard aan Daniël, aan wie de naam Beltsazar gegeven is. Dit woord was waarheid en ging over grote strijd. Hij begreep het woord en hij kreeg inzicht in het visioen. 2  In die dagen was ik, Daniël, drie volle weken aan het rouwen. 3  Smakelijk voedsel at ik niet, vlees of wijn kwam niet in mijn mond, en mijzelf zalven deed ik helemaal niet, totdat die drie volle weken voorbij waren. 4  Op de vierentwintigste dag van de eerste maand bevond ik mij aan de oever van de grote rivier, dat is de Tigris. 5  Ik sloeg mijn ogen op en zag, en zie, er was een Man, gekleed in linnen, Zijn heupen omgord met het fijne goud uit Ufaz. 6  Zijn lichaam was als turkoois, Zijn gezicht als het uiterlijk van de bliksem, Zijn ogen als vuurfakkels, Zijn armen en Zijn voeten als de glans van gepolijst koper en het geluid van Zijn woorden als het geluid van een menigte. 7  Ik, Daniël, ik alleen zag dat visioen, maar de mannen die bij mij waren, zagen dat visioen niet. Er viel echter een grote verschrikking op hen en zij sloegen op de vlucht om zich te verbergen. 8  Ik echter, ik bleef alleen achter. Toen ik dat grote visioen zag, bleef er in mij geen kracht over. Mijn gezonde uitstraling werd aan mij veranderd in verval en ik had geen kracht meer over. 9  Toen hoorde ik het geluid van Zijn woorden. En toen ik het geluid van Zijn woorden hoorde, viel ík in een diepe slaap op mijn gezicht, en met mijn gezicht op de grond. 10 En zie, een hand raakte mij aan en maakte dat ik bevend op mijn handen en knieën steunde. 11  Hij zei tegen mij: Daniël, zeer gewenste man, let op de woorden die ik tot u spreken zal en ga staan waar u stond, want nú ben ik tot u gezonden. Toen hij dat woord tot mij sprak, ging ik bevend staan. 12  Toen zei hij tegen mij: Wees niet bevreesd, Daniël, want vanaf de eerste dag dat u zich er met heel uw hart op toelegde om inzicht te krijgen en om u te verootmoedigen voor het aangezicht van uw God, zijn uw woorden gehoord, en omwille van uw woorden ben ik gekomen. 13  De vorst van het koninkrijk Perzië stond eenentwintig dagen tegenover mij, maar zie, Michaël, een van de voornaamste vorsten, kwam om mij te helpen toen ik daar achterbleef bij de koningen van Perzië. 14  Ik ben gekomen om u inzicht te laten krijgen in wat uw volk in later tijd zal overkomen, want er is nog een visioen voor die dagen. 15  Toen hij in deze bewoordingen met mij sprak, hield ik mijn gezicht naar de aarde gericht en verstomde. 16  Maar zie, Iemand, Die leek op de mensenkinderen, raakte mijn lippen aan. Toen opende ik mijn mond en ging spreken. Ik zei tegen Hem Die tegenover mij stond: Mijn Heere, vanwege het visioen hebben mij weeën overvallen, zodat ik geen kracht meer over heb. 17  Hoe kan de dienaar van deze mijn Heere dan spreken met U, mijn Heere? Want wat mij betreft, van nu af aan is er geen kracht meer in mij aanwezig en is er geen adem in mij overgebleven. 18  Toen raakte Hij Die het uiterlijk had als van een mens, mij opnieuw aan en Hij versterkte mij. 19  Hij zei: Wees niet bevreesd, zeer gewenste man! Vrede zij u. Wees sterk, ja, wees sterk. Terwijl Hij met mij sprak, werd ik versterkt en ik zei: Laat mijn Heere spreken, want U hebt mij versterkt. 20 Toen zei hij: Weet u waarom ik naar u toe ben gekomen? Nu zal ik terugkeren om tegen de vorst van Perzië te strijden. En zodra ik vertrokken ben, zie, dan zal de vorst van Griekenland komen.

Laten we gaan bidden en vasten om Hem te zoeken en Hem daarin te behagen.

Jorden.

Author: Jorden Spijker